De stoomtram bracht voor Erp welvaart, maar ook menselijk leed.
Van 1883 tot 1935 reed de tram van de Stoomtramweg-Maatschappij ‘s-Hertogenbosch-Helmond dagelijks enkele malen door Erp.
Donderdag 30 januari hield Marius Strijbosch voor een heel aandachtig gehoor van ruim 70 leden in sport- en ontmoetingscentrum Ter Aa een presentatie over de stoomtram.
Erp was slecht ontsloten naar de rest van Brabant en Nederland. Nagenoeg alle wegen waren zandwegen en in de natte periode van het jaar nauwelijks begaanbaar. Het vervoer vond dan ook plaats met de erdkar en hoogkar.
De aanleg van de Zuid-Willemsvaart, welke in 1826 werd geopend, bracht hier enige verbetering in. Erp kreeg een aanlegsteiger voor het laden en lossen van schepen bij de Erpse brug, nu Keldonkse brug geheten.
Ook de aanleg van de spoorlijn Boxtel-Wesel, het zogenaamde Duits Lijntje, geopend in 1878, met opstapplaatsen in Uden en Veghel was al een hele verbetering.
Maar met de opening van de tramlijn Den Bosch-Helmond met enkele opstapplaatsen in Erp, was het mogelijk met openbaar vervoer vanuit Erp te vertrekken.
De aanleg van de tramrails door de kom van Erp heeft heel wat voeten in de aarde gehad.
Omdat het een enkelspoor was moesten er wisselstations gemaakt worden zodat de trams elkaar konden passeren. In eerste instantie zou de wissel voor het Raadhuis worden aangelegd. Dat plan ging niet door omdat de ruimte te beperkt was. Ook was de ruimte in de Kerkstraat ter plaatse van de kerk minimaal. Daarom wijzigde men het tracé via de Ottenstraat (Schoolstraat) en Rooijakker. De wissel was ter hoogte van de jongensschool gepland. De burgemeester van Erp had zijn uiterste best gedaan om de gemeenteraad te overtuigen van de voordelen hiervan en de raad stemde uiteindelijk in met deze wijziging.
De burgemeester was dan ook onaangenaam verrast toen de Stoomtramweg-Maatschappij, zonder hem en de raad er in te kennen, het tracé via de Kerkstraat verder had uitgewerkt. De kerkmuur werd een stukje verplaatst en zo ontstond er net voldoende ruimte voor de tramrails en overige verkeer. Dit zat hem behoorlijk dwars en van de uitnodiging ter gelegenheid van de opening van de tramlijn heeft hij dan ook geen gebruik gemaakt.
Erp kreeg drie stopplaatsen. Een bij het Raadhuis, een bij het Tramstation en een nabij de Hurkskese bossen ten behoeve van de zandwinning.
Marius liet geluidsfragmenten horen van enkele oud-Erpenaren. Adriaan Heijkants vertelde dat hij met de stoomtram van Erp naar Helmond naar school ging. Ook werd er verteld over kwajongensstreken zoals het op de wagons springen ter hoogte van de kerk. De politieagent had het er maar druk mee om een en ander in goede banen te leiden.
De stoomtram kreeg al snel de bijnaam De Goede Moordenaar. De toevoeging goede was een verwijzing naar het feit dat de tram enorm bijdroeg aan de ontwikkeling van de streek waardoor hij reed. Maar ook veroorzaakte de stoomtram verschillende ongelukken waaronder enkele dodelijke slachtoffers uit Erp.
De opkomst van de autobus en de vrachtauto maakte de tram rond 1935 overbodig.
Ben ten Hove vertelde mij nog een mooie anekdote. Toen Ben tegen zijn moeder vertelde dat hij in de gemeente Erp met de plaatsen Erp, Keldonk en Boerdonk ging werken schrok zij enigszins en zei Boerdonk …. Ligt dat bij Erp?
Een vriendin van haar, het was rond 1930, ging naar het klooster in Boerdonk. Hiervoor reisde zij met de trein van Raalte via Zwolle, Deventer en Arnhem naar Den Bosch. In Den Bosch stapte zij over op de stoomtram naar Erp. Ter plaatse van de Coxsebrug stapje zij uit en liep te voet door het karrespoor van de Coxsepad naar het klooster in Boerdonk. Zij schreef dat ze het gevoel had aan het einde van de wereld te zijn gekomen.